Verslag ORD Excursies

Tijdens de Onderwijs Research Dagen 2026 waren er een viertal sessies die zich buiten de conferentiezalen afspeelden. Voor transitie is het immers nodig soms de benen te strekken en de handen uit de mouwen te steken.

Botanische Tuinen: evolutie

De Botanische Tuinen van Universiteit Utrecht zijn een oase van rust en schoonheid aan de rand van het Science Park. Maar dat je er door de ecologische geschiedenis van onze planeet kunt wandelen, was een openbaring. Onder leiding van twee geweldig geïnformeerde begeleiders werden de deelnemers rondgeleid door de Evolutietuin. In deze nieuwe tuin, vorig jaar geopend, maakten de deelnemers een tijdreis van 900 miljoen jaar. Van het kranige parapluutjesmos met zijn zwemmende zaadcellen die zich alleen tijdens regenbuien kunnen verspreiden tot en met de bloemplanten, de superdiverse plantengroep die we in deze tijd om ons heen zien. Onderweg leerden de deelnemers niet alleen over het langzame transitieproces van evolutie  – aansluitend bij het transitiethema van de conferentie – maar ook over sleutelmomenten die het mogelijk maken dat een soort een ander pad inslaat. 

Zo stond de groep stil bij de Ginkgo-boom, een oeroude boomsoort die al in de tijd van de dino’s op aarde voorkwam. Bijzonder zijn de waaiervormige blaadjes, met nerven die verticaal naast elkaar liggen. Het is een favoriet van één van de rondleiders: “Deze boom weet zich zo goed aan te passen dat ze al miljoenen jaren bestaat. Er zijn zelfs exemplaren die de atoombommen van Hiroshima hebben overleefd. Stekjes hiervan worden doorgegeven en verspreid – een illustratie van overlevingsdrang.”   

De rondleiding eindigde in de moestuin, waar de deelnemers leerden dat onze spruitjes en kolen uit dezelfde moederplant zijn voortgekomen. Veel bloemsoorten bestaan dankzij een intense samenwerking met andere soorten, zoals de bijenorchis die met de vorm en kleur van haar blaadjes signaleert hoe een bij haar kelk in moet vliegen om zo het stuifmeel te kunnen verspreiden. Eén van de rondleiders sloot dan ook af met de intrigerende gedachte dat niet de mens planten zoals tarwe en spruitjes heeft toegeëigend, maar dat het omgekeerde het geval is: deze planten hebben de mens gedomesticeerd. De planten die we eten zijn immers over de hele wereld verspreid en zo erg succesvol, terwijl wij ervoor moeten zorgen en daarvoor op één plek moeten blijven. Wie uitzoomt en vanuit het evolutieperspectief van miljoenen jaren kijkt, ziet toch nét wat anders.

Buitenonderwijs

Congressen spelen zich grotendeels binnen af, net als het onderwijs. Nanda Vrielink, onderzoeker bij het Centre of Expertise for Smart Sustainable Cities, probeert daar verandering in te brengen. Want, zo weet en ervaart ze, in de buitenlucht leer je op een andere manier. “Het komt regelmatig voor dat onze studenten van 9  tot 5 in een lokaal zitten. We wéten dat dat niet gezond is, voor het lichaam, de ogen, de concentratie en het welbevinden. Niet al het onderwijs is er geschikt voor, maar uit mijn onderzoek blijkt dat naar buiten gaan goed werkt voor bijvoorbeeld intervisie en leerteambijeenkomsten.” En dus trokken zo’n tien congresdeelnemers er op uit om met Vrielink tussen de scholeksters en loslopende honden te ervaren wat buitenonderwijs kan brengen.

Na een korte wandeling naar de rand van het USP, waarbij we al merkten dat gesprekken soms ontspannender verlopen als je je naast elkaar voortbeweegt, kregen we de opdracht een lange stok te vinden, om die vervolgens op onze wijsvingers te laten balanceren en samen naar de grond te begeleiden. Dat bleek knap lastig. Gek genoeg vloog de stok eerst naar boven, voordat een gezamenlijke chant van ‘’zakken zakken’  de stok liet dalen. De werkvorm riep meteen vragen op over teamwork, verbinding en communicatie, nog los van het energieke geluid van gelach en frustratie. “Een mooi voorbeeld van een oefening in en met de natuur die kan worden ingezet voor groepsbinding of kennismaking,” aldus Vrielink.

Andere werkvormen benadrukten de functie van natuur als spiegel. Zo bouwde Vrielink een moment van bezinning in door onze zintuigen aan te spreken en ons bewust te laten kijken en luisteren. Daarna liet ze ons een rondje lopen op zoek naar een object dat als metafoor kon dienen voor onze takeaway van de sessie. Een veertje stond voor het besef dat we het kleine vaak niet opmerken; een bijzonder gevormde tak stond voor het stimuleren van verbeelding; en een gevonden roze bikini-topje wekte nieuwsgierigheid op. Dat er buiten meer ruimte is voor het onverwachte, werd daarmee direct duidelijk.

Nanda Vrielink organiseert het honours-traject “Buiten gebeurt het” en doet onderzoek naar buitenonderwijs in het hbo. Ze ontwikkelde verschillende tools, zoals een kaartenset met werkvormen en een kaart met buiten-leerplekken, en een training voor docenten. Deze laatste zal met een opschalingsbeurs vanaf schooljaar 26-27 worden geïmplementeerd met collega’s van Hogeschool Utrecht en Fontys.

Vitaliteitslab

In de buitenring van Stadion Galgenwaard, thuisbasis van FC Utrecht, huist het Vitaliteitslab. In deze ruimte met zeven experiences kunnen studenten (maar ook docenten en bewoners) meer leren over gezondheid. Het Vitaliteitslab is in 2020 opgericht door een aantal colleges van ROC Midden-Nederland, die de transitie wilden maken van focus op ziekenzorg naar aandacht voor preventie, eigen regie en een brede kijk op gezondheid. Daarbij zijn ze terecht gekomen bij de visie van Positieve Gezondheid, een wereldwijde beweging die zes dimensies van gezondheid definieert. Naast lichaamsfuncties maken bijvoorbeeld ook meedoen, mentaal welbevinden en dagelijks functioneren onderdeel van het spinnenweb van positieve gezondheid.

“Positieve Gezondheid heeft zijn sporen al verdiend, bijvoorbeeld in Japan,” licht Roland Robijn, projectleider Vitaliteit toe. “Maar hoe zorg je er nou voor dat een 17-jarige mbo-scholier hier warm voor loopt? Hoe leren we ze niet alleen met deze holistische blik te kijken naar hun eigen gezondheid, maar dit perspectief ook mee te nemen in hun toekomstige werk, bijvoorbeeld als doktersassistent of leefstijl coach? We wilden ze op een interactieve, luchtige manier enthousiasmeren, en daar komt dit lab om de hoek kijken.”

Dat het Vitaliteitslab enthousiasmeert, bleek duidelijk toen de deelnemers zelf aan de slag mochten. Populair was de wedstrijd balletje-met-je-brein-aansturen. Twee mensen met een sensor op het hoofd moesten daarbij een magnetisch balletje verplaatsen door zich te focussen: wie het balletje het eerst naar de overkant ‘telekiniseerde’, won. Dit spel illustreerde het belang van focus en fungeert als een conversation starter over wat concentratie is en hoe en waar je je wel of niet kunt concentreren. Door een spel te koppelen aan dit soort vragen leren studenten.

De ren-je-rot-kennisquiz over voeding en sport benadrukte juist hoe belangrijk bewegen is. Door aan de ene kant van de zaal een vraag te lezen die op een scherm aan de andere kant van de zaal beantwoord moest worden, binnen een bepaalde tijd, moest je tegelijkertijd rennen én denken. Een vorm die niet alleen geschikt is voor een quiz over gezondheid, maar misschien wel veel breder inzetbaar in het onderwijs, zo merkte een deelnemer op.  

“Dit lab is een eerste kennismaking met positieve gezondheid,” concludeerde Robijn. “Het echte werk en de meerwaarde zit natuurlijk in de integrale aanpak. We verwerken deze visie in de curricula van de opleidingen aan de hand van ons Ontwerpkader, in gesprekken met stagebegeleiders, in zelfreflecties van studenten en ook steeds meer in de loopbaanbegeleiding van docenten en andere medewerkers bij het ROC. Dat vereist een lange adem, maar voor de toekomst van onze professionals én de gezondheid van Utrechters van groot belang.”

Het Vitaliteitslab is onderdeel van het ROC-programma Gezond Stedelijk Leven. Binnen het project Positieve Gezondheid in het mbo zijn meer onderwijsmaterialen ontwikkeld. Internationale samenwerking vindt plaats via Vitality, een Europees project dat door ROC Midden-Nederland geleid wordt.

HUB-Lab

In het HUB-Lab mag je vrij experimenteren. Met digitale technologie welteverstaan. Het lab, onderdeel van de HU-bibliotheek, begeleidt studenten, docenten en onderzoekers om digitale technologieën in het onderwijs in te zetten. Op de vrijdagochtend stonden Christa van Tongeren en Paul Munnik klaar om deelnemers van de ORD wegwijs te maken in hun ‘collectie’: VR-brillen, programmeertools en robots.

In een circuitje konden de deelnemers proeven van verschillende toepassingen. Een robot zo programmeren dat deze bijvoorbeeld kan helpen in de bediening of ouderenzorg. Een VR-game waarin je moet slaan, slicen en bukken, die door fysiotherapeuten wordt gebruikt om mensen meer te laten bewegen. Een VR-applicatie waarbij je als aanstaande leraar ervaart hoe een oudergesprek uit de hand kan lopen. Of een door een student ontwikkelde applicatie waarbij je als treinconducteur wordt geconfronteerd met agressie – de technologieën bleken dankbare tools om studenten voor te bereiden op verschillende situaties, maar ook om in hun toekomstige beroepspraktijk te gaan gebruiken.

Uit de gesprekken tussen deelnemers bij het HUB-Lab kwam naar voren dat de digitale technologie zich razendsnel ontwikkelt, en dat het voor onderwijsinstellingen uitdagend is om technologieën die al omarmd worden in de beroepspraktijk, op een goede manier te integreren in opleidingen. Lang niet alle technologie mag immers gebruikt worden, bijvoorbeeld vanwege ethische overwegingen of privacy-regelgeving. De digitale transitie vraagt duidelijk wat van het onderwijs. Plekken zoals het HUB-Lab zijn daarbij belangrijke radartjes, als vrijplaats voor creativiteit, innovatie en inspiratie.

Scroll naar boven